Geen auteursrecht voor smaken: Heksenkaas vs. Witte Wievenkaas

Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelde op 13 november 2018 (zaak C-310/17) dat de smaak van een voedingsmiddel niet beschermd is onder het auteursrecht. De zaak ging tussen de Nederlandse vennootschappen Levola en Smilde. Levola is de producent van “Heksenkaas”, en vond dat de “Witte Wievenkaas” van Smilde de auteursrechten op hun kaas schond, omdat de smaak te gelijkaardig was (en dus een kopie of reproductie ervan was). Het gerechtshof in Nederland vroeg aan het Europese Hof van Justitie of de smaak van een voedingsmiddel auteursrechtelijk beschermd kan worden.

auteursrecht

Auteursrecht: originaliteit en concrete vorm

Het Hof baseerde zich op de twee klassieke voorwaarden voor auteursrechtelijke bescherming van een werk. Ten eerste dient het werk origineel te zijn, d.w.z. een eigen intellectuele schepping van de auteur. Ten tweede moet het werk een concrete uitdrukkingsvorm hebben.

 

Subjectiviteit van smaken: geen auteursrecht

 

Meestal wordt vooral de originaliteit van een werk in vraag gesteld, maar hier ging het om de vraag of de smaak van een kaas wel concreet genoeg is, in die zin dat de smaak nauwkeurig en objectief kan worden geïdentificeerd. Het Hof geeft aan dat het bij deze beoordeling duidelijk moet zijn wat er precies beschermd wordt. Dit is volgens het Hof niet het geval voor de smaak van een voedingsmiddel. Het Hof stelt: “In tegenstelling tot wat bijvoorbeeld geldt voor een letterkundig werk, een schilderij, een film of een muziekstuk, dat een nauwkeurige en objectieve uitdrukkingsvorm is, de identificatie van de smaak van een voedingsmiddel hoofdzakelijk berust op smaakbeleving en smaakervaring, die subjectief en variabel zijn, aangezien zij met name afhankelijk zijn van factoren die eigen zijn aan de persoon die het betrokken product proeft, zoals diens leeftijd, voedselvoorkeuren en consumptiegewoonten, alsmede van de omgeving en de context waarin het product wordt geproefd.”

 

Het Hof wijst de auteursrechtelijke bescherming van een smaak dus af, omdat een smaakbeleving te veel rust op een subjectieve ervaring, en niet voldoende objectief en nauwkeurig kan worden uitgedrukt. Als er in de toekomst technische middelen zouden worden ontwikkeld om een smaak of geur wél objectief en nauwkeurig weer te geven, dan kunnen smaken en geuren wel in aanmerking komen voor het auteursrecht.

 

Er valt nog op te merken dat de Nederlandse Hoge Raad in 2006 in een gelijkaardige zaak (zaak Lancôme) anders had geoordeeld, en de mogelijkheid van auteursrecht op de geur van een parfum wel aanvaard had. Het Franse Hof van Cassatie daarentegen had in 2013 auteursrechtbescherming van een geur categorisch afgewezen. Er heerste dus nogal wat onenigheid over de vraag of smaken of geuren auteursrechtelijk beschermd kunnen worden. Aan deze discussies komt nu in grote mate een einde, in die zin dat auteursrechtelijke bescherming voor smaken en geuren wel zeer moeilijk wordt (tenzij in gevallen waar deze objectief en nauwkeurig kunnen worden vastgelegd).

 

Smaken en geuren als merk?

 

Ook voor het registreren van een smaak of een geur als merk stuit men in principe op hetzelfde probleem. Het Hof van Justitie heeft in 2002 geoordeeld dat een teken dat niet visueel waarneembaar is (het ging om een geur) kan worden geregistreerd als merk op voorwaarde dat het vatbaar is voorgrafische voorstelling”. Intussen is de vereiste van een “grafische voorstelling” voor EU merken weggevallen, maar aangezien smaken en geuren, in de huidige stand van de techniek, niet voldoende duidelijk en nauwkeurig kunnen worden geïdentificeerd of voorgesteld, genieten zij in principe ook geen bescherming onder het merkenrecht.

 

 

Voor vragen rond auteursrecht: neem gerust contact op!

 

Wij helpen u ook graag met advies rond het fiscale gunstregime voor auteursrechten (15% roerende voorheffing).