Auteursrechten fiscaal: auteursrechtvergoedingen aan 15% roerende voorheffing

 

Auteursrechten fiscaal – Ben je een creatieveling die auteursrechtelijk beschermde werken tot stand brengt? Dan is een overdracht of licentie van je auteursrechten misschien een fiscaal interessante manier om je belastingdruk wat te verlichten. Bij Finnian & Columba Advocaten krijgen wij vaak vragen rond de fiscale aspecten van auteursrecht (royalties en roerende voorheffing). Hieronder vindt u een korte uitleg i.v.m. de juridische en fiscale voorwaarden van dergelijke auteursrechtvergoedingen.   

 

De wet van 16 juli 2008 (art. 17 §1 WIB) bepaalt dat vergoedingen voor de cessie of concessie van auteursrechten en naburige rechten roerende inkomsten zijn. Hierop moet slechts 15% belasting (roerende voorheffing) betaald worden, in plaats van het normale tarief in de inkomstenbelasting. Door toepassing van een forfaitaire aftrek van beroepskosten, kan het belastingtarief zelfs dalen tot 7,5% (voor de laagste inkomstenschijf).

 

Dit kan dus heel interessant zijn, in de eerste plaats voor zelfstandigen en zaakvoerders, maar ook voor werknemers (in samenspraak met de werkgever).

 

Deze fiscale gunstmaatregel is aan bepaalde voorwaarden verbonden. Hieronder geef ik een kort overzicht van de belangrijkste aandachtspunten. Het is hierbij van het grootste belang om redelijk en realistisch te zijn, en alles op een correcte manier in een contract vast te leggen.

 

Auteursrecht en fiscaal gunstregime: bedragen en tarieven

 

De kwalificatie als roerende inkomsten uit auteursrechten wordt door de wet geplafonneerd op een bedrag van 61.200 euro voor inkomstenjaar 2019. Op die auteursrechtvergoedingen kan het voordelige tarief van 15% roerende voorheffing worden toegepast. Boven dit bedrag worden de inkomsten gekwalificeerd als beroepsinkomsten en valt het fiscale voordeel weg.

Van deze inkomsten kunnen de beroepskosten worden afgetrokken om het nettobedrag van de auteursrechtelijke inkomsten te bepalen. Enkel het netto-inkomen is belastbaar. Het kostenforfait is zeer interessant:

  • 50% op de eerste schijf van 10.000 EUR (geïndexeerd voor inkomstenjaar 2019: 16.320 EUR);
  • 25% op de schijf van 10.000 EUR tot 20.000 EUR (geïndexeerd voor inkomstenjaar 2019: 16.320 EUR tot 32.640 EUR);
  • Geen forfaitaire aftrek boven 20.000 EUR (geïndexeerd voor inkomstenjaar 2019: 32.640 EUR).

Dit heeft tot gevolg dat het gunsttarief van 15% daalt tot 7,5% (voor de eerste schijf) of 12% (algemeen percentage indien het maximum aan auteursrechten wordt uitbetaald: dit zal eerder uitzonderlijk zijn).

Hieronder volgt een schematisch overzicht van de tarieven voor auteursrechtvergoedingen voor het inkomstenjaar 2019 (deze drempels worden elk jaar geïndexeerd):

 

Auteursrechten Forfaitaire kosten Belastbaar Roerende voorheffing (15%)
0 € – 16.320 € 50% (8.160 €) 8.160 € 1.224 € (of 7,5% voor volledige schijf)
16.320 € – 32.640 € 25% (4.080 €) 12.240 € 1.836 € (of 11,25% voor volledige schijf)
32.640 € – 61.200 € 0% (0 €) 28.560 € 4.284 € (15% voor volledige schijf)
> 61.200 € Geen roerende voorheffing maar progressieve inkomstenbelasting tussen 25% en 50%

Met andere woorden, wie in het inkomstenjaar 2019 voor 61.200 € aan auteursrechten ontvangt, betaalt afgerond ongeveer 12% roerende voorheffing of 7.344 €.

 

Fiscale regeling auteursrechten: wie komt in aanmerking?

 

Het moet steeds gaan om werken die beschermd zijn door het auteursrecht. Met andere woorden, het moet gaan om originele werken die een concrete vorm hebben (loutere ideeën komen bijvoorbeeld niet in aanmerking). Hierover ontstaat soms discussie (het begrip originaliteit is immers een vaag begrip). Toch wordt in de rechtspraak al gauw aanvaard dat een werk voldoende origineel is om beschermd te zijn door het auteursrecht.

 

Volgende beroepsgroepen komen bijvoorbeeld potentieel in aanmerking voor de fiscaal voordelige auteursrechtvergoeding:

  • software-developpers (ontwikkelaars van computerprogramma’s);
  • designers;
  • journalisten;
  • regisseurs;
  • marketeers;
  • architecten;
  • lesgevers en sprekers op seminaries;
  • auteurs (schrijvers);
  • beeldende kunstenaars zoals fotografen, schilders, enz.;
  • acteurs, stemacteurs, muzikanten, zangers, dansers, en andere uitvoerende kunstenaars (via zgn. ‘naburige rechten’);
  • enz.

 

De wet van 16 juli 2008 heeft een zeer ruim toepassingsgebied. Het is wel van belang om in het contract steeds goed te beschrijven op welke werken de overdracht (en de vergoeding) van auteursrechten van toepassing is, en op welke werken niet. Niet alle creaties zijn immers auteursrechtelijk beschermd. Sommige creaties of activiteiten komen dus niet in aanmerking voor een auteursrechtvergoeding. Ook zal de waardering van de vergoeding afhangen van het soort werk dat gecreëerd wordt (voorbeeld: sommige software zal een grotere waarde hebben; sommige architecturale ontwerpen zijn origineler dan andere; enz.). Laat je dus goed begeleiden bij de keuze van de werken die in aanmerking komen en bij de waardering van de auteursrechtvergoeding.

 

Ook moet goed gecheckt worden wie precies de auteursrechten bezit. In sommige gevallen zijn die rechten misschien al overgedragen aan een andere partij.

 

Lees hier voor enkele vaak gestelde vragen i.v.m. Belgisch auteursrecht. 

 

Auteursrechten fiscaal: overeenkomst auteursrecht

 

Je vermeldt de overdracht (cessie) of licentie (concessie) van de auteursrechten best expliciet in een schriftelijke overeenkomst. Is er geen contract, dan kan dit ook blijken uit facturen of uit feitelijke omstandigheden. Om discussies met de fiscus te vermijden doe je er best aan om de overdracht of licentie duidelijk in een contract te beschrijven.

 

Belasting op auteursrechten: welke inkomsten komen in aanmerking?

 

Ook de concrete vergoeding voor de overdracht of licentie van auteursrechten wordt best duidelijk in een contract vermeld. Is dit niet het geval, dan gaat de rulingcommissie er van uit dat de overdracht of licentie gratis gebeurd zijn.

 

Als het contract bijvoorbeeld enkel een globale vergoeding vermeldt voor zowel het uitvoeren van een opdracht (prestatievergoeding) als de overdracht van de auteursrechten (zonder onderscheid tussen de bedragen), dan loop je het risico dat de fiscus het fiscale gunstregime van tafel veegt.

 

De vergoeding moet realistisch zijn. Overdrijven is uit den boze. In de wet zijn geen waarderingsregels opgenomen. Je doet er best aan om concrete parameters en feitelijke omstandigheden te vermelden in het contract om zo de waarde van de rechten zo goed mogelijk te onderbouwen. Je kan je ook baseren op vergoedingen of berekeningen die in voorgaande rulings door de DVB aanvaard werden.

Over het algemeen is een vergoeding van 12,5% van de omzet die gerelateerd gaat met de auteursrechten een goed vertrekpunt. Uiteraard moet dit steeds geval per geval bekeken worden. Ook een berekening op basis van verloningen is mogelijk (zowel voor zaakvoerders als voor werknemers en freelancers).

 

Andere voorwaarden voor fiscaal gunsttarief auteursrechten

 

  • De overdracht en de uitbetaling moeten aan een natuurlijke persoon gebeuren (dus: contract en uitbetaling aan de fysieke persoon in persoonlijke naam). In de praktijk wordt het contract vaak gesloten tussen een natuurlijke persoon (auteur) en een vennootschap. Soms is er een extra cessie of concessie naar een derde partij (bijvoorbeeld een klant van de vennootschap). Bij een betaling naar een rechtspersoon kan geen gebruik gemaakt worden van het fiscale gunsttarief.
  • Belastingtarief en drempelbedragen: 15% roerende voorheffing op de netto vergoeding. Via forfaitaire kostenaftrek kan dit zakken tot 7,5% (of globaal genomen 12%). Voor inkomstenjaar 2019 geldt als drempelbedrag 61.200 euro. Er gelden verschillende schijven (met aparte drempelbedragen) waarop een andere forfaitaire kostenaftrek van toepassing is. Contacteer ons gerust voor meer informatie of voor een concrete berekening.
  • De auteursrechtvergoeding moet marktconform en realistisch zijn, eventueel gelinkt aan het nut van de auteursrechten voor de overnemer ervan. Over het algemeen is een percentage van 12,5% van de omzet een goede vuistregel, maar dit moet steeds geval per geval bekeken worden.
  • Het is aan te raden om de auteursrechtvergoeding te beperken tot maximum de helft van het resultaat van het boekjaar (helft van de winst van het boekjaar). Dit is een voorwaarde die de rulingcommissie frequent oplegt.
  • De auteur die als bedrijfsleider van zijn/haar vennootschap een auteursrechtvergoeding ontvangt, moet in principe ook een correcte zaakvoerdersbezoldiging ontvangen (momenteel 45.000 euro inclusief voordelen van alle aard). Ook dit is een voorwaarde die de rulingcommissie frequent oplegt.
  • Een goed contract is van essentieel belang:
    • Het contract moet expliciet in de overdracht of licentie van auteursrecht voorzien.
    • Het contract moet een specifieke vergoeding voorzien voor die overdracht of licentie.
  • Consistentie en onderbouwing van het contract zijn essentieel.
  • De roerende voorheffing moet aan de bron afgehouden worden.
  • Voor werknemers: volgens het Hof van Cassatie zijn auteursrechtvergoedingen onderworpen aan RSZ bijdragen.
  • Inkomsten die voorheen beroepsinkomsten waren (vb. bedrijfsleiderbezoldiging) best niet herkwalificeren als een auteursrechtvergoeding. Werk eerder via bijkomende uitbetalingen.
  • Vraag eventueel een ruling aan bij de Rulingcommissie (Dienst Voorafgaande Beslissingen). Dan kan je op twee oren slapen… Zeker als u auteursrechtvergoedingen aan medewerkers of werknemers wilt uitbetalen is een ruling aangeraden.

 

Neem gerust contact op: Wij helpen u graag voort met praktisch advies of met het opstellen van een overeenkomst en/of rulingaanvraag.

 

Finnian & Columba

Advocaten Intellectuele Eigendom