Stand van zaken auteursrecht & fiscaliteit in januari 2024

Door de programmawet van 26 december 2022 werden de fiscale regels voor de uitbetaling van auteursrechtvergoedingen (en vergoedingen voor naburige rechten) aangepast.

 

In de loop van 2023 werden ook de eerste rulings van de Dienst Voorafgaande Beslissingen (“Rulingcommissie”) onder het nieuwe fiscale stelsel gepubliceerd.

 

Aangezien wij veel vragen krijgen over de toepassing van de nieuwe fiscale regels rond auteursrechten, geven we hieronder een samenvatting van de belangrijkste regels én een woordje uitleg rond de recente rulings.

Auteursrecht fiscaal

Toepassingsvoorwaarden nieuw fiscaal auteursrechtregime

 

Algemene voorwaarden auteursrecht & fiscaliteit

 

Het fiscaal voordelige auteursrechtsysteem geldt voor vergoedingen voor overdracht of licentie van auteursrechten of naburige rechten.

 

Het moet gaan om werken die beschermd zijn door het auteursrecht volgens artikel XI.165 WER (of artistieke prestaties beschermd door naburige rechten volgens artikel XI.205 WER).

 

Er is discussie en onduidelijkheid over wat dit betekent voor software. De Fiscale Administratie en Minister Van Peteghem interpreteren dit zo dat software niet meer onder het fiscaal voordelig stelsel valt. De Rulingcommissie heeft dit ook zo bevestigd in een negatieve ruling voor software van 3 oktober 2023 (ruling nr. 2023.0659). Persoonlijk meen ik dat de redenering van de Minister en de fiscus niet helemaal correct is, en dat software of computerprogramma’s onder bepaalde omstandigheden wél nog in aanmerking komen voor het fiscale stelsel van auteursrechten. In de praktijk brengt de toepassing van het fiscale auteursrechtstelsel op software op dit moment grote risico’s met zich mee.

 

Meer uitleg hierover vind je in mijn vorige blogpost Komt software nog in aanmerking voor fiscaal voordelige auteursrechtvergoedingen?”.

 

UPDATE 17 mei 2024: Het Grondwettelijk Hof oordeelde op 16 mei 2024 dat de uitsluiting van software uit het fiscaal voordelige auteursrecht-stelsel geen discriminatie inhoudt. Zie voor meer uitleg mijn blogpost van 17 mei 2024: “Grondwettelijk Hof: fiscaal voordelig stelsel niet voor software”.

 

Als je gebruik wil maken van het systeem moet je kunnen aantonen dat het doel de exploitatie of een werkelijk gebruik van de rechten is. Daaraan wordt in de nieuwe regelgeving toegevoegd “behalve in het geval van een gebeurtenis veroorzaakt buiten de wil van de overeenkomstsluitende partijen”.

 

Het belang van “mededeling aan het publiek” voor fiscale uitbetaling auteursrechten

 

Er zijn twee situaties mogelijk waarbij het fiscale auteursrechtsysteem wordt toegepast.

 

De eerste situatie is diegene waar je als auteur een kunstwerkattest hebt (vroegere kunstenaarsstatuut). Wanneer dit het geval is, wordt van de derde aan wie de rechten worden overgedragen verwacht dat deze de werken “exploiteert”. Van de derde wordt dus verwacht de werken daadwerkelijk te gebruiken.

 

Als de belastingplichtige geen “kunstwerkattest” heeft, moet de overdracht gebeuren aan een derde die het werk gebruikt door “mededeling aan het publiek, de openbare uitvoering of de reproductie”.

  • Het begrip “derde” wordt niet gedefnieerd. Volgens mij kan dit nog steeds de eigen vennootschap of een werkgever zijn.
  • De begrippen “voor mededeling aan het publiek, voor openbare opvoering, of voor reproductie” (in het Frans: “aux fins de communication au public, d’exécution ou de représentation publique, ou de reproduction”) worden door de fiscus beperkend geïnterpreteerd.

 

Het is een feitenkwestie of de werken al dan niet voldoende worden verspreid of gereproduceerd. Vermoedelijk zal dit in de praktijk een discussiepunt worden bij controles: kan de “auteur” bewijzen dat er een voldoende ruime verspreiding is naar het publiek? Als een “werk” enkel intern bij de klant gebruikt wordt, dan is dit misschien geen voldoende verspreiding/exploitatie. Het is aangeraden om bewijsmateriaal bij te houden i.v.m. de verspreiding-reproductie van de werken.

 

Fiscale gevolgen van de nieuwe regelgeving rond auteursrecht

 

Deze rechtenvergoedingen blijven roerende inkomsten en worden belast aan 15% roerende voorheffing, met volgende beperkingen:

 

Beperking 1: Het maximumbedrag aan auteursrechtvergoedingen blijft behouden op 37.500 euro per jaar (jaarlijks geïndexeerd, voor inkomstenjaar 2023 bedraagt dit maximum 70.220 euro; de geïndexeerde cijfers voor 2024 zijn nog niet bekend).

 

Beperking 2: Als de auteursrechtvergoedingen gepaard gaan met een ‘prestatie’, dan moeten de auteursrechtvergoedingen beperkt worden tot maximum 30% van de totale vergoeding. Deze beperking is niet van toepassing als de auteursrechtvergoedingen nadien worden verkregen, los van de initiële opdrachtvergoeding (dus los van een prestatie).

 

Er geldt een overgangsperiode: in inkomstenjaar 2023 mogen de rechtenvergoedingen maximum 50% bedragen; in inkomstenjaar 2024 maximum 40%; vanaf inkomstenjaar 2025 maximum 30%. Deze overgangsperiode is bedoeld om de zelfstandige journalisten tegemoet te komen die een ruling bekomen hadden voor 50% auteursrechtvergoedingen; voor andere categorieën lijkt het mij aangeraden om maximum 30% auteursrecht toe te passen.

 

Voorbeelden: als een fotograaf een fotoshoot doet in opdracht van een klant, dan kan hij maximum 30% auteursrechtvergoeding aanrekenen (en dus 70% prestatievergoeding). Als de fotograaf nadien een extra vergoeding ontvangt voor een bijkomende licentie (bijvoorbeeld voor een tweede publicatie), dan is die extra vergoeding volledig een auteursrechtvergoeding (want dan is er geen prestatie meer). Ook: als de fotograaf foto’s neemt op eigen initiatief (los van een opdracht), en vervolgens zijn rechten overdraagt op die foto’s of een licentie verleent op die foto’s, dan kan de volledige vergoeding een auteursrechtvergoeding zijn.

 

Beperking 3: Het gemiddelde inkomen uit auteursrechten ontvangen in de vier vorige belastbare tijdperken mag niet meer zijn dan 37.500 EUR (jaarlijks geïndexeerd, voor inkomstenjaar 2023 bedraagt dit 70.220 euro). Indien dit gemiddelde meer bedraagt, dan kan in dit inkomstenjaar geen toepassing gemaakt worden van het fiscale gunstregime. Dit kan dus een probleem vormen voor de zgn. “grootverdieners” van auteursrechten.

 

Bij overschrijding van de eerste of tweede beperking wordt enkel het “excedent” als beroepsinkomsten aangemerkt. Bij een overschrijding van de derde beperking (absolute beperking van het gemiddelde van de vier vorige belastbare tijdperken) is de kwalificatie als beroepsinkomsten van toepassing op het gehele bedrag.

 

De forfaitaire kostenaftrek wordt behouden en wordt zelfs ingevoegd in de wet zelf (art. 109 van de programmawet; daarvoor stond dit enkel in het Koninklijk Besluit):

  • 50% kostenaftrek op de eerste schijf van 10.000 EUR (geïndexeerd voor inkomstenjaar 2023: 18.720 EUR);
  • 25% kostenaftrek op de schijf van 10.000 EUR tot 20.000 EUR (geïndexeerd voor inkomstenjaar 2023: 18.720 EUR tot 37.450 EUR).

 

Overgangsregime voor wie geen gebruik kan maken van het nieuwe fiscale auteursrecht-systeem

 

Er is een overgangsregime voorzien voor de “auteurs” die niet meer onder het nieuwe fiscale auteursrechtstelsel vallen: De auteurs die niet meer onder het toepassingsgebied vallen van het nieuwe auteursrechtsysteem, konden voor aanslagjaar 2024 (dus inkomstenjaar 2023) toch nog toepassing maken van het oude auteursrechtsysteem. De forfaitaire kostenaftrek wordt wel minder interessant gemaakt.

Een dergelijke auteur (bijv. een softwareontwikkelaar) kan maar genieten van het overgangsregime als hij of zij voorheen auteursrechtvergoedingen ontvangen heeft in 2022 en indien de auteursrechtvergoedingen effectief ontvangen worden in 2023.

 

Artikel 551 §2 WIB halveert voor het overgangsjaar wel de absolute drempel van 37.500 euro (geïndexeerd voor inkomstenjaar 2023: 70.220 euro) tot 18.750 euro (geïndexeerd voor inkomstenjaar 2023: 35.110 euro). Bedragen boven 35.110 euro in 2023 zijn voor de “overgangsprofielen” dus geen auteursrechtvergoeding in inkomstenjaar 2023.

 

Ook de drempels voor de forfaitaire kostenaftrek worden tijdens het overgangsjaar gehalveerd, namelijk:

  • 50% op de eerste schijf van 5.000 euro (geïndexeerd voor inkomstenjaar 2023: 9.360 euro);
  • 25% op de schijf van 5.000 euro tot 10.000 euro (geïndexeerd voor inkomstenjaar 2023: 9.360 euro tot 18.725 euro).

 

Het nieuwe fiscale auteursrecht-systeem: concrete sectoren

 

Softwareontwikkelaars – fiscale auteursrechtvergoedingen:

 

Voor ontwikkelaars van software verwijs ik naar mijn korte uitleg hierboven en naar mijn uitgebreide voorgaande blogpost Komt software nog in aanmerking voor fiscaal voordelige auteursrechtvergoedingen? De juridische – fiscale situatie is bijzonder onduidelijk voor softwareontwikkelaars. Persoonlijk meen ik dat er goede argumenten zijn waarom software wél nog onder het nieuwe systeem kan vallen, maar de Minister van Financiën én de fiscale controleurs én de rulingcommissie oordelen voorlopig dat het nieuwe auteursrechtsysteem niet meer van toepassing is op software. Het risico op controles en betwistingen lijkt mij groot.

 

Architecten – fiscale auteursrechtvergoedingen:

 

Architectuur komt in principe in aanmerking voor auteursrechtbescherming. Dit zou op zich geen probleem mogen vormen, al zullen sommige architecturale ontwerpen meer origineel zijn dan andere (dit is een feitenkwestie).

Wat bij fiscale controles wellicht een punt van discussie zal zijn is de vraag of de architectenvennootschap de architecturale werken voldoende verspreidt naar een ruim publiek. Belangrijk is immers dat er een voldoende ruime publicatie is, bijvoorbeeld op de website van het architectenkantoor, in tijdschriften, bij wedstrijden, enz. Het is aangeraden om bewijzen van de ‘publicaties’ bij te houden en bijvoorbeeld jaarlijks een rapport te maken van welke architecturale projecten aanleiding hebben gegeven tot fiscaal geoptimaliseerde auteursrechtvergoedingen.

Voor de volledigheid merk ik op dat Minister van Financiën Van Peteghem tijdens een bespreking in het Parlement verklaarde dat volgens hem een loutere publicatie door een architectenkantoor op een website geen voldoende publicatie/exploitatie is. Dit lijkt mij kort door de bocht en ik meen dat dit wel degelijk een vorm van “publicatie”, “reproductie” en “exploitatie” kan zijn. Ik heb momenteel geen zicht op hoe de fiscale controleurs dit zullen aanpakken, maar er bestaat dus wel degelijk een risico op controles en betwistingen bij toepassing van het fiscale stelsel van auteursrechten voor architecten.

 

Fotografen – fiscale auteursrechtvergoedingen:

 

Fotografie komt in principe in aanmerking voor auteursrechtbescherming. Dit is het geval als het gaat om originele foto’s. De originaliteit van foto’s is een feitenkwestie, maar de rechtbanken leggen de drempel voor auteursrechtbescherming op foto’s eerder laag.

Foto’s komen in aanmerking voor het fiscaal voordelige auteursrechtstelsel als er een voldoende ruime verspreiding / reproductie / exploitatie is van de foto’s. Ook dit is een feitenkwestie. Een foto die puur intern door de klant gebruikt wordt, komt vermoedelijk niet in aanmerking voor fiscaal voordelige auteursrechtvergoedingen. Een foto die verspreid wordt door de klant (website, brochures, enz.) komt vermoedelijk wél in aanmerking.

Journalisten – fiscale auteursrechtvergoedingen:

 

Ook journalistieke werken komen in principe in aanmerking voor auteursrechtbescherming. Ook hier merk ik op dat het moet gaan om originele artikels of persfoto’s, wat ook weer een feitenkwestie is.

Journalistieke teksten komen dus nog steeds in aanmerking voor het fiscaal voordelige auteursrechtsysteem. Dit volgt ook uit de antwoorden van Minister Van Peteghem op parlementaire vragen in december 2022. Op basis van rulings konden zelfstandige journalisten tot nu toe 50% van hun totale vergoeding beschouwen als fiscaal voordelig belaste auteursrechtvergoeding. Dit wordt afgebouwd naar maximum 40% in inkomstenjaar 2024 en maximum 30% vanaf inkomstenjaar 2023.

 

Auteurs van boeken/teksten – fiscale auteursrechtvergoedingen:

 

Auteurs van boeken en teksten genieten uiteraard van auteursrechtbescherming indien hun werken voldoende origineel zijn. Voor auteurs die op eigen initiatief een boek of tekst schrijven, kan de volledige vergoeding ontvangen van een uitgeverij aanzien worden als een auteursrechtvergoeding (voor self-publishing geldt het fiscale voordeel waarschijnlijk niet, toch niet als de auteur zijn rechten voor zichzelf behoudt). Voor auteurs die “in opdracht” werken, heeft de fiscale hervorming bijzonder kwalijke effecten. Deze auteurs kunnen voortaan in principe slechts 30% van hun vergoeding beschouwen als auteursrechtvergoeding. Een leraar die bijvoorbeeld een handboek schrijft in opdracht van een uitgeverij, riskeert dus véél meer belasting te betalen op de ontvangen vergoeding. De vraag is wat precies aanzien zal worden als een “opdracht” of “prestatie”. Dit zal afhangen van de feiten, maar ook de verwoordingen in het contract zullen van groot belang zijn.

 

Publiciteitsbureaus – fiscale auteursrechtvergoedingen:

 

Volgens mij komen bepaalde werken van “publiciteit” wel degelijk in aanmerking voor auteursrechtbescherming. Dit geldt voor bijvoorbeeld teksten, artikels, grafische werken, foto’s audiovisuele werken, enz. De originaliteit van dergelijke werken is steeds een feitenkwestie.

Het lijkt mij dat ook deze werken in principe in aanmerking kunnen komen voor het fiscaal voordelige auteursrechtsysteem. Dit zeker omdat ook hier vermoedelijk een voldoende grote verspreiding zal zijn naar het publiek (dat is immers de bedoeling bij publiciteit). Echter, ik vermoed dat er veel controles zullen komen voor deze profielen, en ik raad aan om dit sowieso op een erg voorzichtige wijze aan te pakken (met een voorgaande analyse van de profielen, de ‘werken’, de originaliteit, de exploitatie – verspreiding – reproductie, enz.). Zoals boven reeds vermeld, zal veel afhangen van de concrete feiten: zijn de werken origineel of niet, is er een verspreiding of niet, enz.?

 

Evenementenbureaus – fiscale auteursrechtvergoedingen:

 

Voor evenementenbureaus hebben we onder het oude systeem al vastgesteld dat de fiscale controles zeer streng zijn en dat veel auteursrechtvergoedingen worden verworpen. Ook hier hangt alles af van wat deze ‘auteurs’ juist doen. Er kan bijvoorbeeld een deel marketing tussen zitten, een deel copywriting (teksten), een deel audiovisuele creaties, enz. Dat kan eventueel in aanmerking komen voor auteursrechtvergoedingen. Andere aspecten zijn veeleer organisatorisch en niet-creatief (vb. planning). Ik raad aan om bijzonder voorzichtig om te gaan met de toepassing van fiscale auteursrechtvergoedingen voor mensen die in evenementenbureaus werken.

 

Fiscalisten – fiscale auteursrechtvergoedingen:

 

Tenslotte, als “uitsmijter”: De Rulingcommissie heeft in 2023 slechts twee positieve rulings gepubliceerd voor auteursrechtvergoedingen (en een negatieve ruling voor software: zie hierboven). Eigenaardig genoeg waren deze twee positieve rulings beide voor “fiscalisten”.

 

In Ruling nr. 2023.0437 van 25 juli 2023 aanvaardde de Rulingcommissie de uitbetaling van auteursrechtvergoedingen voor een schrijver van fiscale artikels die gepubliceerd worden in een vaktijdschrift. De auteur zou hiervoor van de uitgever per pagina een vaste auteursrechtvergoeding ontvangen. De Rulingcommissie erkende ten eerste dat deze fiscale artikels voldoende orgineel zijn en dat ze beschermd worden door het auteursrecht. De Rulingcommissie aanvaardde ook dat het ging om een voldoende mededeling aan een “breed publiek”. Ook werd aanvaard dat het ging om inkomsten verkregen buiten het kader van de beroepsactiviteit “en dus niet onder het gezag of in opdracht van” de uitgever. Er was volgens de Rulingcommissie dus geen sprake van een “prestatie” waardoor de beperking tot 30% van de totale vergoeding niet van toepassing was en de volledige vergoeding als auteursrechtvergoeding beschouwd kon worden.

 

In Ruling nr. 2023.0698 van 24 oktober 2023 erkende de Rulingcommissie de uitbetaling van auteursrechtvergoedingen aan een lesgever in fiscaliteit (“un formateur/conférencier en matière fiscale”). Het ging om seminaries en webinars voor 15 tot 200 personen waarbij steeds “un support écrit” werd meegegeven aan de deelnemers, meestal in de vorm van een PowerPoint-presentatie. De aanvrager wou auteursrechtvergoedingen ontvangen ten belope van 50% van de totale prijs ontvangen van de organisator van de lessen. De auteursrechtvergoedingen zouden uitbetaald worden aan de auteur als natuurlijke persoon, niet aan de vennootschap die de auteur gebruikt voor fiscale consultancy. De Rulingcommissie aanvaardde effectief dat deze werken bescherming genoten van het auteursrecht (onder artikel XI.172 §1 WER). Ook aanvaardde de Rulingcommissie dat de werken bedoeld waren voor een verspreiding aan een voldoende ruim publiek. Wat betreft de grootteorde van de auteursrechtvergoeding, aanvaardde de Rulingcommissie dat 50% van de totale vergoeding een marktconform bedrag was. In het Frans: “Les contrats conclus avec les opérateurs de formation stipuleront que la contrepartie de la cession des droits d’auteur (cession des droits de reproduction et de diffusion du support de la formation) sera fixée à 50% du prix total HTVA convenu pour la préparation, la présentation du séminaire/webinaire et la cession des droits d’auteur. Ce pourcentage ne sera pas modifié dans le futur. La part des revenus de droits d’auteur ou droits voisins dans la rétribution globale peut être considérée comme conforme au prix du marché.”

 

Dit alles is op zijn minst opmerkelijk te noemen. De fiscale administratie heeft bij controles in het verleden steeds geargumenteerd dat het moet gaan om “originele” werken, geen werken die “technisch” zijn of die een “weergave van de werkelijkheid” zijn. De nieuwe wetgeving werd algemeen aanzien als een verstrenging van de regelgeving. Het is bovendien erg lang wachten geweest op de eerste rulings, en dan blijkt dat de eerste twee positieve rulings betrekking hebben op profielen (fiscalisten) die niet bepaald aanzien werden als het doelpubliek van deze fiscale steunmaatregel… Ik heb de “werken” in kwestie niet kunnen inkijken en veronderstel dat de Rulingcommissie de orginaliteit goed onderzocht zal hebben, maar vind het toch een vreemd signaal dat dit de eerste twee positieve rulings zijn die uitgevaardigd worden onder de nieuwe wetgeving. Bovendien blijkt dat de lesgever-fiscalist in Ruling nr. 2023.0698 maar liefst 50% van zijn vergoeding mag beschouwen als een auteursrechtvergoeding (weliswaar voor inkomstenjaar 2023). Onder het oude systeem was dit percentage enkel voorbehouden aan journalisten.

 

Wordt ongetwijfeld vervolgd…

 

Ik hoop hiermee een kort en bondig overzicht te hebben gegeven van de huidige fiscale regelgeving rond auteursrechtvergoedingen. U kan ons steeds contacteren bij verdere vragen of opmerkingen.

Bart Van Besien