Vergoeding in auteursrechten voor software: hoe zit dit fiscaal?
Steeds meer softwareontwikkelaars laten zich uitbetalen via vergoedingen voor auteursrechten. Dit is erg voordelig, zowel voor zelfstandige software developers als voor werknemers. Het is van belang om dit goed aan te pakken en geen overdreven auteursrechtvergoedingen of royalties uit te betalen. De fiscus doet hier controles op zodat een goede omkadering (contract, advies, eventueel ruling) van groot belang is.
UPDATE 17 mei 2024: De wetgeving rond fiscaliteit en auteursrecht werd in december 2022 aangepast en in de praktijk komt deze wetswijziging neer op een uitsluiting van auteursrecht uit het fiscaal voordelig stelsel. Het Grondwettelijk Hof oordeelde op 16 mei 2024 dat de uitsluiting van software uit het fiscaal voordelige auteursrecht-stelsel geen discriminatie inhoudt. Zie voor meer uitleg mijn blogpost van 17 mei 2024: “Grondwettelijk Hof: fiscaal voordelig stelsel niet voor software”.
NIEUWE UPDATE 3 februari 2025: Het regeerakkoord van de regering De Wever I vermeldt dat software terug onder het fiscaal voordelig stelsel van auteursrechten zal worden gebracht. Zie meer uitleg op mijn blogpost van 3 februari 2025: “Software terug onder fiscaal voordelig belastingregime auteursrecht”. Met andere woorden: de sage rond software en auteursrecht blijft duren… voorlopig valt software niet (niet meer en nog niet) onder het fiscaal voordelig belastingstelsel voor auteursrechten.
NIEUWE UPDATE 9 juli 2026: Intussen werd de programmawet gestemd waardoor software (computerprogramma’s) opnieuw onder het fiscaal voordelig stelsel van de auteursrechtvergoedingen valt, met ingang van 1 januari 2026. Zie meer info in mijn artikel “Auteursrechtvergoeding voor software opnieuw fiscaal voordelig vanaf 2026″.

Hoeveel belasting betaal je op auteursrechten?
Op vergoedingen voor auteursrechten betaal je roerende voorheffing aan 15% tot een grensbedrag van 37.500 euro per jaar dat jaarlijks geïndexeerd wordt (voor inkomstenjaar 2026, d.w.z. het eerste jaar waarin het fiscaal voordelig stelsel van de auteursrechtvergoedingen opnieuw kan worden toegepast op software, bedraagt dit maximumbedrag 77.220 euro).
De wet stond vroeger toe dat je forfaitair kosten kon aftrekken, zodat het belastingtarief voor auteursrechten in realiteit nog daalde. Met ingang van 2026 werd de forfaitaire kostenaftrek afgeschaft, behalve voor wie een kunstwerkattest heeft (softwareontwikkelaars komen hier niet voor in aanmerking).
Zelfstandige softwareontwikkelaars en vergoedingen auteursrecht
Een zelfstandige softwareontwikkelaar kan auteursrecht vergoedingen ontvangen van zijn eigen vennootschap. De ontwikkelaar moet dan een overeenkomst sluiten met zijn vennootschap waarin hij zijn auteursrechten op de software overdraagt of in licentie geeft aan zijn vennootschap en in ruil (fiscaal vriendelijk) vergoedingen voor auteursrechten ontvangt aan 15% belasting (roerende voorheffing).
Auteursrechten fiscaal: berekening als percentage van omzet
Vroeger werden de auteursrechtvergoedingen voor zelfstandige softwareontwikkelaars vaak berekend als een percentage van de omzet van de vennootschap van de ontwikkelaar. Dit percentage was klassiek 12,5% van de relevante omzet; later daalde dit tot ongeveer 10% van de omzet. Omzet die niet voortkomt uit de exploitatie van de software wordt uiteraard niet meegerekend.
De fiscus (in het bijzonder de Rulingcommissie) legde vaak een hele resem bijkomende voorwaarden op. Zo ging de Rulingcommissie er vaak van uit dat niet de volledige omzet als berekeningsbasis kan dienen, maar dat een deel van de omzet buiten beschouwing moest gelaten worden wegens bijvoorbeeld verdoken onkostenvergoedingen of vergoedingen voor niet-creatief werk. Ook legde de Rulingcommissie als voorwaarde op dat een softwaredeveloper die van de eigen vennootschap fiscaal voordelig vergoedingen voor auteursrechten ontving minstens een bedrijfsleidersbezoldiging moest ontvangen van 45.000 euro per jaar. Deze bezoldiging mocht niet verminderd worden naar aanleiding van de uitbetaling van auteursrechten. Tenslotte moest de auteursrechtvergoeding in verhouding staan tot de winst van de vennootschap; moest rekening gehouden worden met eventuele andere auteurs die ook royalties ontvangen; moest rekening gehouden worden met eventuele managementvennootschappen; enz.
De rulings die na de wetswijziging van december 2022 werden gepubliceerd, gaan voor auteurs die via een eigen vennootschap werken bijna steeds uit van een auteursrechtvergoeding berekend op basis van het loon (zie hieronder), en niet langer op basis van de omzet van de vennootschap. Deze rulings hebben betrekking op andere sectoren dan software, aangezien software destijds van het toepassingsgebied werd uitgesloten. Nu software opnieuw in aanmerking komt voor het fiscale stelsel van de auteursrechtvergoedingen, kan evenwel worden verwacht dat de Rulingcommissie ook voor softwareontwikkelaars een dergelijke berekening op basis van het loon zal toepassen. Dit betekent niet dat een berekening op basis van de omzet automatisch foutief is – persoonlijk meen ik dat een dergelijke berekening in bepaalde gevallen juist correcter kan zijn – maar daarvoor is momenteel weinig of geen houvast te vinden in de rulingpraktijk.
Bij de wetswijziging van december 2022 werd overigens ook de regel ingevoerd dat auteursrechtvergoedingen die gepaard gaan met een ‘onderliggende prestatie’ moeten beperkt worden tot maximum 30% van de totale vergoeding die de overnemer van de auteursrechten betaalt aan de auteur. Het valt dan eigenlijk moeilijk in te zien waarom de Rulingcommissie en de fiscale controleurs steeds aansturen op een auteursrechtvergoeding berekend op basis van het loon. Deze beperking van maximum 30% geldt niet als de auteursrechtvergoedingen nadien worden verkregen, los van de initiële opdrachtvergoeding. De beperking geldt ook niet als het werk op eigen initiatief werd gecreëerd en niet ‘in opdracht’ of ‘op bestelling’.
Auteursrechten fiscaal: berekening als percentage van loon
Een zelfstandige softwareontwikkelaar kan de auteursrechten die hij van zijn eigen vennootschap ontvangt ook berekenen als een percentage van zijn verloning (bedrijfsleidersbezoldiging). De rulings hanteren het begrip “financiële enveloppe” waarmee wordt bedoeld de bruto bezoldiging die door de vennootschap in geld of in natura wordt betaald of toegekend m.b.t. geleverde prestaties. Daarvan worden uitgesloten: eigen kosten van de vennootschap, vergoedingen onderworpen aan een bijzondere sociale zekerheidsbijdrage zoals het dubbel vakantiegeld, het voordeel van alle aard van de bedrijfswagen, warranten, opzegvergoedingen en inkomsten ten laste van derden zoals uitkeringen door een ziekte- of invaliditeitsverzekering.
Een zelfstandige developer kan maximum 25% van zijn financiële enveloppe ontvangen als vergoeding voor auteursrechten van zijn eigen vennootschap. In de praktijk zal dit percentage meestal lager liggen, aangezien men rekening moet houden met niet-creatieve tijdsbestedingen zoals tijd gespendeerd aan management van de eigen vennootschap, administratie, meetings, testen, communicatie, enz. Zo kan een ontwikkelaar die bijvoorbeeld 75% van zijn tijd spendeert aan de ontwikkeling van auteursrechtelijk beschermde computerprogramma’s, 18,75% van zijn financiële enveloppe laten uitbetalen als auteursrechtvergoeding (25% x 75%). Een ontwikkelaar die slechts 50% van zijn tijd spendeert aan dergelijk creatief werk, kan slechts 12,5% van zijn financiële enveloppe uitbetaald krijgen als auteursrechtvergoeding.
Developers die als werknemer vergoedingen voor auteursrecht ontvangen
Vaak worden vergoedingen voor auteursrechten ook uitbetaald door werkgevers aan hun werknemers. Dit was vroeger vaak het geval in de softwaresector en verwacht wordt dat dit opnieuw het geval zal zijn. Het voordeel ligt dan vooral bij de werknemers, eerder dan bij de werkgever. Dit is vaak een strategie om werknemers aan boord te halen of aan boord te houden. Lees in dit verband ook ons specifieke artikel in verband met het uitbetalen van auteursrechten aan werknemers.
Voor werknemers worden de vergoedingen voor auteursrechten berekend als een percentage van hun verloning. Ook hier is het maximum percentage 25% van de verloning, met een correctie op basis van de creatieve tijdsbesteding van de werknemer. Bijvoorbeeld: een softwareontwikkelaar die slechts de helft van zijn tijd spendeert aan “creatief werk” zal slechts 12,5% van zijn verloning kunnen ontvangen als een vergoeding voor auteursrecht. Een developer die 80% van zijn tijd spendeert aan softwareontwikkeling zal 20% van zijn verloning als een royalty kunnen ontvangen. Het valt nog af te wachten welke percentages de Rulingcommissie zal aanvaarden voor de IT-sector.
Conclusie: auteursrechten voor software fiscaal interessant
De conclusie is dat vergoedingen voor auteursrechten een interessant fiscaal instrument zijn voor softwareontwikkelaars. Een belastingtarief van 15% roerende voorheffing is uiteraard interessant.
Een fiscale optimalisatie via auteursrechten moet echter wel op een correcte wijze worden opgezet. De fiscus voert controles uit op de betaling van vergoedingen voor auteursrechten. Softwareontwikkelaars komen in principe vanaf 2026 opnieuw in aanmerking voor deze fiscale gunstmaatregel maar mogen er uiteraard geen misbruik van maken.
In de eerste plaats moet duidelijk zijn dat de softwareontwikkelaar voldoende creatieve keuzes maakt in de ontwikkeling van de software. Niet alle stappen in de ontwikkeling van software komen immers in aanmerking voor auteursrechten.
In de tweede plaats moet gecheckt worden of de auteursrechten op de software of computerprogramma’s overgedragen worden voor mededeling aan het publiek, openbare uitvoering of opvoering, of reproductie ervan. De fiscale controleurs en de vorige minister van Financiën menen dat er sowieso steeds een verspreiding aan een onbestemd groot publiek moet zijn (wat een probleem vormt voor bijv. software die puur intern bij de klant gebruikt wordt). De huidige minister van Financiën liet echter weten dat naast een publieke mededeling ook een reproductie van de software kan volstaan, wat volgens mij inderdaad de enige correcte lezing van de wet is.
In de derde plaats moeten de vergoedingen voor auteursrechten op een redelijke wijze berekend worden. Overdrijven is hier uit den boze. Zie hierboven i.v.m. de berekeningsmethodes.
Tenslotte is het van belang dat de bewoordingen in de contracten goed opgesteld zijn, zodat deze fiscale optimalisatie later niet betwist wordt door de fiscus. Eventueel kan een ruling aangevraagd worden. Voor een werkgever die vergoedingen voor auteursrechten wil uitbetalen aan zijn werknemers raden wij sowieso aan om een ruling aan te vragen.
Voor vragen rond auteursrechten en fiscaliteit: neem gerust contact op!
Bart Van Besien
Recente reacties