Linken naar illegale content: inbreuk op auteursrecht?

Auteursrecht online: Linken naar foto’s, video’s of teksten die zonder toestemming van de rechtenhouders op een website geplaats werden. Mag dat of mag dat niet? Het Hof van Justitie van de EU besloot op 8 september 2016 dat dit geen “mededeling aan het publiek” vormt – en dus geen auteursrechtinbreuk – als de link geplaatst wordt zonder winstoogmerk en zonder dat men kennis heeft dat de publicatie van de werken illegaal was. Als de hyperlink wél met winstoogmerk geplaatst wordt, wordt vermoed dat degene die de link plaatst weet had van het illegale karakter van de publicatie. Dan vormt de link wél een inbreuk op het auteursrecht.

 

Hyperlink naar illegale foto’s Britt Dekker door GeenStijl.nl: auteursrechtinbreuk of niet?

 

GS Media publiceerde op haar site GeenStijl een artikel met als titel “[…]! Naaktfotoos Britt Dekker”. In het artikel was een deel van de foto’s opgenomen, samen met de tekst „En dan nu het linkje met de pics waar u op zat te wachten”. Door te klikken op de link werden internetgebruikers doorgeleid naar de site Filefactory, een Australische sharing site waar de foto’s konden gedownload worden.

 

Filefactory had hiervoor geen toestemming gekregen van Sanoma Media Netherlands BV, de uitgever van de Nederlandse Playboy en houder van de exclusieve publicatierechten op de foto’s. De fotograaf van de foto’s, Carli Hermès, had overigens toestemming gegeven aan Sanoma om zijn auteursrechten uit te oefenen.

 

Sanoma vroeg aan GeenStijl om de link te verwijderen, maar deze weigerde. Toen Filefactory op verzoek van Sanoma de foto’s wél verwijderde, publiceerde GeenStijl gewoon een nieuw artikel dat eindigde met de zin: „Update: naaktpics [van Dekker] nog niet gezien? Ze staan HIERRR”, met een link naar Imageshack.us, een Amerikaanse file sharing site, waarop de foto’s ook te vinden waren. Ook deze website ging in op het verzoek van Sanoma om de foto’s te verwijderen.

 

GeenStijl publiceerde dan een derde artikel, met de uitdagende titel: „Bye Bye Zwaai Zwaai Playboy”, dat opnieuw een hyperlink naar de betrokken foto’s bevatte. Ook de gebruikers van het forum van GeenStijl plaatsten nieuwe links naar websites waar de foto’s te bezichtigen waren.

 

Dit alles gebeurde voordat de foto’s in het tijdschrift Playboy gepubliceerd waren. Het was dus duidelijk dat Sanoma hierdoor schade leed.

 

 

Gerechtshof Amsterdam: link naar illegale foto’s is onrechtmatig – publicatie van foto’s zelf is inbreuk op auteursrecht

 

Sanoma dwong GeenStijl voor de rechtbank voor inbreuk op het auteursrecht. In eerste aanleg werd GeenStijl veroordeeld voor auteursrechtinbreuk en voor onrechtmatig handelen t.o,v, Sanoma.

 

In hoger beroep oordeelde het Gerechtshof Amsterdam dat de hyperlinks op zich geen inbreuk op het auteursrecht inhielden (aangezien de foto’s reeds eerder openbaar waren gemaakt op de website Filefactory). Het Gerechtshof Amsterdam veroordeelde GeenStijl wél voor onrechtmatig handelen t.o.v. Sanoma aangezien GeenStijl haar bezoekers door de hyperlinks aanspoorde om de illegale foto’s op de site Filefactory te bekijken. Zonder deze links zouden de foto’s minder gemakkelijk te vinden zijn geweest.

 

Bovendien oordeelde het Gerechtshof Amsterdam dat GeenStijl door het plaatsen van een uitsnede van een van de foto’s op haar site wel degelijk inbreuk maakte op het auteursrecht.

 

Met andere woorden: de publicatie van een uitsnede van de foto was een auteursrechtinbreuk; de hyperlinks waren geen inbreuk op het auteursrecht maar waren wel onrechtmatig.

 

GeenStijl stelde een cassatieberoep in bij de Hoge Raad der Nederlanden. De Hoge Raad stelde daarop drie prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

 

 

Hof van Justitie: arrest GS Media (GeenStijl) tegen Sanoma, Playboy en Britt Dekker (C-160/15)

 

Die drie vragen kwamen in essentie neer op de vraag of het plaatsen van een hyperlink naar werken die op een andere website vrij toegankelijk zijn zonder dat de houders van het auteursrecht daarvoor toestemming hebben gegeven, een „mededeling aan het publiek” vormt in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG. Volgens dit artikel moeten auteurs het exclusieve recht genieten om hun werken aan het publiek mee te delen.

 

Is het daarbij relevant (1) dat de werken nog niet met toestemming van de rechthebbende op een andere wijze zijn gepubliceerd; (2) dat de hyperlinks het vinden van deze werken in hoge mate faciliteren (omdat de website waarop deze toegankelijk zijn niet eenvoudig te vinden is); en (3) dat de plaatser van de hyperlinks kennis had (of moest hebben) van deze feiten en van het feit dat de rechthebbende geen toestemming had gegeven voor de publicatie van de werken op deze website?

 

 

Hyperlink naar illegale content: winstoogmerk en kennis van het illegaal karakter

 

Het Hof van Justitie geeft eerst een opfrissing van haar eerdere rechtspraak. Uit haar eerdere arresten maakt het Hof duidelijk welke criteria moeten gebruikt worden om te oordelen of een hyperlink naar beschermde werken die zonder toestemming van de auteursrechthebbende vrij beschikbaar zijn op een andere website, een „mededeling aan het publiek” vormt in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29:

 

Het Hof benadrukt daarbij dat auteurs een hoog beschermingsniveau moeten genieten, zodat zij bij een mededeling aan het publiek een passende beloning ontvangen voor het gebruik van hun werken. Het begrip „mededeling aan het publiek” moet dan ook ruim geïnterpreteerd worden.

 

Tegelijkertijd moet er een correct evenwicht zijn tussen de belangen van de houders van auteursrechten en de belangen van gebruikers (op grond van de vrijheid van meningsuiting).

 

“Mededeling aan het publiek”: betekenis in auteursrecht

 

Het begrip „mededeling aan het publiek” bestaat uit twee elementen[1], namelijk:

  • een „handeling bestaande in een mededeling” van een werk, en
  • de mededeling ervan aan een „publiek”.

 

Het Hof van Justitie herhaalt daarbij dat het begrip „mededeling aan het publiek” een geïndividualiseerde beoordeling vraagt, waarbij rekening wordt gehouden met verschillende criteria al naar gelang de concrete situatie.[2]

 

Het Hof benadrukt in de eerste plaats de centrale rol van de gebruiker en het weloverwogen karakter van diens interventie. De gebruiker verricht namelijk een mededelingshandeling wanneer hij, met volledige kennis van de gevolgen van zijn handelwijze, aan zijn klanten toegang verleent tot beschermd werk, met name waar deze klanten zonder een dergelijke tussenkomst geen toegang zouden hebben tot het verspreide werk.[3]

 

In de tweede plaats preciseert het Hof dat het begrip „publiek” ziet op een onbepaald aantal potentiële ontvangers, en een vrij groot aantal personen impliceert.[4] Bovendien volgt uit rechtspraak van het Hof dat, om te kunnen spreken van een „mededeling aan het publiek”, een beschermd werk moet worden meegedeeld volgens een specifieke technische werkwijze, die verschilt van de werkwijzen die tot dan toe werden gebruikt, of, bij gebrek daaraan, gericht moet zijn tot een „nieuw publiek”, namelijk een publiek dat door de houders van het auteursrecht niet in aanmerking werd genomen toen zij toestemming verleenden voor de oorspronkelijke mededeling van hun werk aan het publiek.[5]

 

In de derde plaats heeft het Hof geoordeeld dat het belangrijk is te weten of met een „mededeling aan het publiek” winst wordt beoogd.[6]

 

In haar arrest Svensson van 13 februari 2014, oordeelde het Hof van Justitie dat het plaatsen op een website van hyperlinks naar beschermde werken die vrij beschikbaar zijn op een andere website, geen „mededeling aan het publiek” vormt in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29. Het Hof herhaalde dit in haar beschikking BestWater van 21 oktober 2014, m.b.t. hyperlinks die gebruik maakten van de „framing-techniek”. Zie ook mijn vorige blogpost n.a.v. het Svensson arrest, Hyperlinks legaal, verduidelijkt Hof van Justitie (naar vrij toegankelijke websites).

 

Het Hof verduidelijkt dat het zich daarmee enkel heeft willen uitspreken over het plaatsen van hyperlinks naar werken die met toestemming van de rechthebbende op een andere website vrij beschikbaar waren gesteld. Aangezien zowel de hyperlink als de website waarnaar deze verwijst via internet (dus op eenzelfde technische wijze), toegang geeft tot het werk, vormt de link enkel een “mededeling aan het publiek” (en dus een auteursrechtinbreuk) als ze tot een nieuw publiek gericht is. Als dat niet zo is (bijvoorbeeld omdat het werk al met toestemming van de auteursrechthebbenden voor het algemene internetpubliek vrij beschikbaar is op een andere website), zal de hyperlink geen „mededeling aan het publiek” zijn in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29. Er moet dan vanuit gegaan worden dat de houders van het auteursrecht, toen zij in die mededeling toestemden, het algemene internetpubliek als publiek beschouwden.[7]

 

Uit het arrest Svensson en de beschikking BestWater volgt dus niet dat het linken naar beschermde werken die vrij maar zonder toestemming van de houder van het auteursrecht beschikbaar zijn op een andere website, per definitie uitgesloten is van het begrip „mededeling aan het publiek”. Deze beslissingen bevestigen juist het belang van de toestemming van de houder van het auteursrecht.

 

Hyperlinks: belang van winstoogmerk en kennis van het illegaal karakter

 

Het Hof realiseert zich dat het voor particulieren die links willen plaatsen moeilijk kan zijn om na te gaan of de website waar die links naartoe te leiden toegang geeft tot werken die beschermd zijn door het auteursrecht en, of de houders van de auteursrechten op die werken toestemming hebben gegeven voor publicatie daarvan op internet. Een dergelijke check kan nog moeilijker zijn als deze rechten het voorwerp zijn van sublicenties. Ook kan de inhoud van een via een hyperlink toegankelijke website na de plaatsing van die link worden gewijzigd, en beschermde werken gaan bevatten zonder dat de plaatser van die hyperlink zich daarvan bewust is.

 

Het Hof van Justitie oordeelt dat een rechtbank met een dergelijke “onwetendheid” van particulieren moet rekening houden. Een geïndividualiseerde beoordeling van een „mededeling aan het publiek” moet dan ook, wanneer een particulier zonder winstoogmerk een hyperlink plaatst naar een werk dat vrij beschikbaar is op een andere website, rekening houden met de omstandigheid dat die persoon niet weet – en redelijkerwijs ook niet kan weten – dat het werk zonder toestemming van de auteursrechthebbende was gepubliceerd op internet.

 

Een particulier stelt het werk wel beschikbaar aan het publiek door de andere internetgebruikers rechtstreeks toegang daartoe te verlenen,[8] maar verschaft in de regel niet met volledige kennis van de gevolgen van zijn handelwijze toegang tot een werk dat illegaal op internet is gepubliceerd. Bovendien kon, als het werk reeds zonder toegangsbeperking beschikbaar was op de website waartoe de hyperlink toegang verschaft, het algemene internetpubliek daartoe ook reeds toegang hebben zonder het plaatsen van de link.

 

Maar, wanneer een dergelijke persoon wist – of moest weten – dat de hyperlink toegang geeft tot een illegaal op internet gepubliceerd werk (bijvoorbeeld doordat hij daarover gewaarschuwd is door de auteursrechthebbenden), vormt die link wel degelijk een „mededeling aan het publiek” in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29.

 

Dit geldt ook in het geval waarin die link de gebruikers van de website waarop deze link zich bevindt in staat stelt om beperkingsmaatregelen te omzeilen die op de website waar zich het beschermde werk bevindt, zijn getroffen om de toegang van het publiek te beperken tot de abonnees ervan, zodat het plaatsen van een link een weloverwogen tussenkomst vormt zonder dewelke de gebruikers niet over de werken zouden kunnen beschikken.[9]

 

Bovendien kan, wanneer het plaatsen van hyperlinks met een winstoogmerk gebeurt, van de plaatser worden verwacht dat hij de nodige verificaties verricht om te checken dat het werk op de site waarnaar die links leiden niet illegaal is gepubliceerd. Er is dan een weerlegbaar vermoeden dat de link is geplaatst met volledige kennis van de beschermde aard van het werk en van het eventuele ontbreken van toestemming van de auteursrechthebbende voor de publicatie op internet. Het plaatsen van een link naar een illegaal op internet gepubliceerd werk vormt dan een „mededeling aan het publiek” (en dus een inbreuk op het auteursrecht).

 

Auteursrechthebbenden kunnen immers niet alleen optreden tegen de oorspronkelijke publicatie van hun werk op een website, maar ook tegen iedereen die met een winstoogmerk een hyperlink plaatst naar het illegaal op die site gepubliceerde werk, alsook tegen personen die zonder winstoogmerk een dergelijke hyperlink plaatsen indien zij wisten of moesten weten dat de link toegang geeft tot een illegaal op het internet gepubliceerd werk of indien de link internetgebruikers in staat stelt om beperkingsmaatregelen te omzeilen op de website waar het werk zich bevindt. Het Hof besluit dat de rechthebbenden in alle omstandigheden het recht hebben om dergelijke personen te wijzen op het illegale karakter van de online publicatie van hun werk en om in rechte op te treden wanneer zij weigeren die link te verwijderen.

 

Wat betreft de concrete feiten van de zaak GeenStijl, besluit het Hof dat GS Media met een winstoogmerk een hyperlink heeft gepost naar de foto’s op de site Filefactory. Sanoma had duidelijk geen toestemming gegeven voor de publicatie van deze foto’s op internet, en GS Media blijkt zich daarvan bewust te zijn geweest (GS Media kan dus niet het vermoeden weerleggen dat de link is geplaatst met kennis van het illegale karakter van die publicatie). GS Media heeft door deze link te plaatsen dus een „mededeling aan het publiek” gedaan in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 en een auteursrecht-inbreuk begaan.

 

Het Hof van Justitie besluit dat om vast te stellen of het plaatsen op een website van hyperlinks naar beschermde werken die zonder toestemming van de auteursrechthebbende vrij beschikbaar zijn op een andere website, een „mededeling aan het publiek” vormt, bepaald moet worden of deze links zijn verstrekt zonder winstoogmerk door een persoon die geen kennis had (of redelijkerwijs geen kennis kon hebben) van het illegale karakter van de publicatie van die werken op die andere website, dan wel of, integendeel, de links met winstoogmerk zijn verstrekt, in welk geval deze kennis moet worden vermoed.

 

Besluit ivm hyperlinks en auteursrecht:

 

Professionele uitgevers die linken plaatsen naar illegale content begaan dus in principe een inbreuk op het auteursrecht. Ook websites die gesponsord worden door reclameboodschappen (banners, AdSense, enz.) begaan een auteursrechtinbreuk wanneer ze hyperlinken naar werken die zonder toestemming van de rechthebbers online staan. Dit valt ongetwijfeld onder het begrip “winstoogmerk” (al verduidelijkt het Hof van Justitie niet wat het hiermee precies bedoelt). Er geldt dan een vermoeden dat degene die de link plaatst kennis had van het illegale karakter.

 

Voor particulieren (geen winstoogmerk) van wie vermoed wordt dat ze geen kennis hadden van het illegale karakter van de content naarwaar gelinkt wordt, zal het posten van een link in principe geen auteursrechtinbreuk zijn. Van een dergelijke particulier kan normaal gezien niet verwacht worden dat hij nagaat of de website van de link toestemming had voor de publicatie (al moet dit met een korrel zout genomen worden: in sommige omstandigheden zal het illegaal karakter immers ook voor particulieren duidelijk zijn). Wanneer de plaatser van de link door de houder van het auteursrecht gewaarschuwd is of wanneer de link een vergrendeling op de website naarwaar gelinkt wordt omzeilt (vb. login of betaalmuur teniet doet), dan vormt de link wél een inbreuk op het auteursrecht.

 

Bart Van Besien

[1] Zie arresten van 13 februari 2014, Svensson e.a., C‑466/12, EU:C:2014:76, punt 16; 19 november 2015, SBS Belgium, C‑325/14, EU:C:2015:764, punt 15, en 31 mei 2016, Reha Training, C‑117/15, EU:C:2016:379, punt 37.

[2] Zie arresten van 15 maart 2012, SCF, C‑135/10, EU:C:2012:140, punt 79; 15 maart 2012, Phonographic Performance (Ireland), C‑162/10, EU:C:2012:141, punt 30, en 31 mei 2016, Reha Training, C‑117/15, EU:C:2016:379, punt 35.

[3] Zie zie in die zin arresten van 15 maart 2012, SCF, C‑135/10, EU:C:2012:140, punt 82 en aldaar aangehaalde rechtspraak, en 15 maart 2012, Phonographic Performance (Ireland), C‑162/10, EU:C:2012:141, punt 31.

[4] Zie zie in die zin arresten van 15 maart 2012, SCF, C‑135/10, EU:C:2012:140, punt 84 en aldaar aangehaalde rechtspraak, en 15 maart 2012, Phonographic Performance (Ireland), C‑162/10, EU:C:2012:141, punt 33.

[5] Zie arrest van 13 februari 2014, Svensson e.a., C‑466/12, EU:C:2014:76, punt 24, en beschikking van 21 oktober 2014, BestWater International, C‑348/13, niet gepubliceerd, EU:C:2014:2315, punt 14 en aldaar aangehaalde rechtspraak.

[6] Zie zie in die zin arresten van 4 oktober 2011, Football Association Premier League e.a., C‑403/08 en C‑429/08, EU:C:2011:631, punt 204; 15 maart 2012, SCF, C‑135/10, EU:C:2012:140, punt 88, en 15 maart 2012, Phonographic Performance (Ireland), C‑162/10, EU:C:2012:141, punt 36.

[7] Zie in die zin arrest van 13 februari 2014, Svensson e.a., EU:C:2014:76, punten 24‑28, en beschikking van 21 oktober 2014, BestWater International, C‑348/13, niet gepubliceerd, EU:C:2014:2315, punten 15, 16 en 18.

[8] Zie in die zin arrest van 13 februari 2014, Svensson e.a., C‑466/12, EU:C:2014:76, punten 18‑23.

[9] Zie naar analogie arrest van 13 februari 2014, Svensson e.a., C‑466/12, EU:C:2014:76, punten 27 en 31.

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *