Domeinnaam geschillen: hoe een domeinnaam claimen onder de UDRP?
U bent een merkhouder en ontdekt dat iemand anders een domeinnaam heeft geregistreerd die identiek is aan of verwarring creëert met uw merk. Wat zijn uw opties om de domeinnaam te claimen of om een domeinnaamgeschil te starten?
UDRP voor geschillen rond domeinnamen
De UDRP (Uniform Domain-Name Dispute Resolution Policy) geldt voor alle generieke topleveldomeinen (gTLD’s), waaronder .com, .net, .org, .info, .shop, .online en .app. Sommige beheerders van landendomeinen (ccTLD’s), waaronder .ai, hebben de UDRP ook van toepassing verklaard. Andere landendomeinen, zoals .be, .eu en .nl, hebben een eigen geschillenregeling die op bepaalde punten van de UDRP verschilt.
In geval van een inbreukmakende registratie van een domeinnaam (bijvoorbeeld bij cybersquatting), kan de merkhouder een klacht indienen bij een erkende geschillenbeslechtingsdienst (dit is een speciaal arbitragecentrum, goedgekeurd door ICANN). In andere gevallen (als er geen sprake is van een misbruik-makende registratie of als niet aan andere vereisten van de UDRP is voldaan), zal een rechtszaak of een minnelijke schikking een meer geschikte manier zijn om het domeinnaamgeschil op te lossen.
Bij de behandeling van een geschil over een misbruikende registratie van een domeinnaam moet de geschillenbeslechtingsdienst de UDRP-regels volgen die door ICANN zijn goedgekeurd. Let op dat elke geschillenbeslechtingsdienst de ICANN UDRP-regels kan aanvullen met eigen regels.
Voorwaarden van UDRP domeinnaam geschillen
Een UDRP-procedure voor domeinnaamgeschillen geniet meestal de voorkeur boven een rechtszaak vanwege de snelheid en effectiviteit van de UDRP-procedure. Ook zijn de kosten van een UDRP-procedure relatief laag. Houd er echter rekening mee dat niet alle klachten succesvol zullen zijn in een UDRP-procedure en dat in sommige gevallen een rechtbank-procedure of een minnelijke schikking de voorkeur kan hebben om een overdracht of annulering van een domeinnaam te verkrijgen (zie hieronder).
Volgens de UDRP-regels beslist een onafhankelijke geschillenbeslechter over het domeinnaamgeschil. Een UDRP-klacht moet in principe gebaseerd zijn op rechten op een merk. Dat kan een geregistreerd merk zijn, maar onder bepaalde voorwaarden ook een niet-geregistreerd merk dat door gebruik onderscheidend vermogen heeft verkregen. Een handelsnaam, vennootschapsnaam of persoonsnaam volstaat niet automatisch. Als de klager daarop geen merkenrechten kan aantonen, zal doorgaans een gerechtelijke procedure of een andere geschillenregeling moeten worden overwogen. De geschillenbeslechter zal een beslissing nemen na een grondige beoordeling van de drie belangrijkste elementen van de UDRP-regels, zoals hieronder vermeld. Houd er rekening mee dat alle drie elementen samen moeten worden voldaan voordat een domeinnaam kan worden geannuleerd of overgedragen. De claim zal afgewezen worden als een of meer van de drie elementen niet zijn voldaan.
De drie elementen die door de klager moeten worden bewezen zijn:
De domeinnaam is identiek aan of stemt verwarringwekkend overeen met een merk waarop de klager rechten heeft
De klager moet eerst aantonen dat hij rechten heeft op een merk. Meestal gebeurt dit aan de hand van een geregistreerd woord- of beeldmerk (indien dat deels bestaat uit tekst). Ook een niet-geregistreerd merk kan volstaan, maar dan moet de klager bewijzen dat het teken door het gebruik ervan onderscheidend vermogen en bekendheid heeft verkregen. Een handelsnaam of vennootschapsnaam is op zichzelf niet noodzakelijk voldoende.
Vervolgens wordt het merk vergeleken met de domeinnaam. Deze beoordeling onder de eerste voorwaarde is doorgaans beperkt: het volstaat dat het merk herkenbaar is in de domeinnaam. Van volledige gelijkheid hoeft geen sprake te zijn. Zo zal een domeinnaam meestal verwarringwekkend overeenstemmen met het merk wanneer de domeinnaam het merk volledig overneemt; slechts één of enkele letters worden gewijzigd, toegevoegd of weggelaten; aan het merk een beschrijvende term, plaatsnaam of ander woord wordt toegevoegd; of de domeinnaam een typefout van het merk bevat, wat ook wel typosquatting wordt genoemd.
De extensie, zoals .com, .shop of .ai, wordt bij deze vergelijking in beginsel buiten beschouwing gelaten omdat zij een technisch noodzakelijk onderdeel van de domeinnaam vormt. In uitzonderlijke gevallen kan de extensie toch relevant zijn, bijvoorbeeld wanneer het merk pas herkenbaar wordt door de domeinnaam en de extensie samen te lezen. De betekenis van de extensie kan ook een rol spelen bij de beoordeling van de legitieme belangen en de kwade trouw.
Het is bij deze eerste voorwaarde nog niet doorslaggevend waarvoor de domeinnaam wordt gebruikt of waarom de domeinnaamhouder hem heeft geregistreerd. Die omstandigheden worden voornamelijk onderzocht bij de tweede en derde voorwaarde.
De domeinnaamhouder heeft geen rechten of legitieme belangen in de domeinnaam
De klager moet daarnaast aannemelijk maken dat de domeinnaamhouder geen eigen recht of legitiem belang bij de domeinnaam heeft. Omdat het moeilijk kan zijn om een negatief feit te bewijzen, volstaat het doorgaans dat de klager op het eerste gezicht aannemelijk maakt dat rechten of legitieme belangen ontbreken. Daarna is het aan de domeinnaamhouder om met argumenten en bewijsstukken het tegendeel aan te tonen.
Volgens artikel 4(c) van de UDRP kan een domeinnaamhouder onder meer een recht of legitiem belang aantonen wanneer:
- hij de domeinnaam, vóórdat hij kennis kreeg van het geschil, gebruikte of aantoonbare voorbereidingen trof om hem te gebruiken voor een aanbod te goeder trouw van goederen of diensten;
- hij als persoon, onderneming of organisatie algemeen bekendstaat onder de domeinnaam, ook zonder dat hij daarvoor een merk heeft geregistreerd; of
- hij de domeinnaam op legitieme, niet-commerciële wijze of voor redelijk gebruik gebruikt, zonder de bedoeling om consumenten met commercieel oogmerk te misleiden of het merk van de klager aan te tasten.
Deze opsomming is niet uitputtend. Ook andere omstandigheden kunnen een legitiem belang aantonen. Zo kan een domeinnaamhouder bijvoorbeeld een legitiem belang hebben wanneer hij een woord gebruikt wegens de gewone betekenis ervan en niet om het merk van de klager te viseren. Ook een kritiek- of fansite of het te goeder trouw gebruik door een wederverkoper kan onder bepaalde voorwaarden legitiem zijn.
De domeinnaam is te kwader trouw geregistreerd én gebruikt
Ten slotte moet de klager aantonen dat de domeinnaam zowel te kwader trouw werd geregistreerd als te kwader trouw wordt gebruikt. Beide voorwaarden moeten vervuld zijn. Als de domeinnaamhouder het merk bij de registratie niet kende en er redelijkerwijs ook niet van op de hoogte kon zijn, zal kwade trouw moeilijk te bewijzen zijn.
Artikel 4(b) van de UDRP vermeldt vier voorbeelden van omstandigheden die kunnen wijzen op registratie en gebruik te kwader trouw:
- de domeinnaam werd hoofdzakelijk geregistreerd om hem te verkopen, te verhuren of over te dragen aan de merkhouder of een concurrent, voor een bedrag hoger dan registratiekosten;
- de domeinnaam werd geregistreerd om te verhinderen dat de merkhouder zijn merk in een overeenstemmende domeinnaam kan opnemen, waarbij de domeinnaamhouder zich herhaaldelijk aan dergelijk gedrag schuldig heeft gemaakt;
- de domeinnaam werd hoofdzakelijk geregistreerd om de activiteiten van een concurrent te verstoren; of
- de domeinnaam wordt bewust gebruikt om internetgebruikers met commercieel oogmerk aan te trekken naar de website van de domeinnaamhouder, door verwarring te creëren met het merk van de eiser.
Deze voorbeelden zijn niet uitputtend. Ook andere omstandigheden kunnen kwade trouw aantonen, zoals bijvoorbeeld het gebruik van de domeinnaam voor phishing, fraude, malware of misleidende e-mails; het nabootsen van de officiële website of huisstijl van de merkhouder; het opgeven van onjuiste contactgegevens of pogingen om de identiteit van de werkelijke domeinnaamhouder te verbergen, in combinatie met andere belastende omstandigheden; een patroon van registraties van domeinnamen die overeenstemmen met merken van derden; de registratie van een bekend of bijzonder onderscheidend merk zonder geloofwaardige verklaring; of het wijzigen of overdragen van de registratie nadat een geschil is ontstaan om aan de procedure te ontsnappen, ook wel cyberflight genoemd.
Dat de domeinnaamhouder het merk kende, is op zich onvoldoende. De klager zal moeten aantonen dat uit de keuze van de domeinnaam, het gebruik ervan en de overige omstandigheden blijkt dat de registratie specifiek gericht was tegen de klager of diens merk (in het Engels ‘targeting’ genoemd).
In principe zal het niet mogelijk zijn om registratie te kwader trouw te bewijzen wanneer de domeinnaam geregistreerd werd voordat de klager zelf merkenrechten verwierf. Er bestaan beperkte uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer de domeinnaamhouder vooruitliep op een aangekondigde merknaam, fusie of productlancering, enz. Ook moet worden onderzocht wanneer de huidige domeinnaamhouder de domeinnaam heeft verkregen: een overdracht aan een nieuwe houder wordt voor de toepassing van de UDRP meestal als een nieuwe registratie beschouwd.
De drie voorwaarden zijn cumulatief. Met andere woorden, als een van de bovenstaande elementen niet bewezen is, wordt de klacht afgewezen en wordt de domeinnaam niet geannuleerd of overgedragen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de domeinnaamhouder de domeinnaam al vóór het geschil te goeder trouw gebruikte voor een eigen onderneming of wanneer hij over eigen merkenrechten beschikt. In dergelijke gevallen heeft de klager mogelijk meer kans op succes in een zaak voor de rechtbank, eerder dan een arbitrage procedure.
Hoe verloopt een UDRP-procedure?
De klager dient een gemotiveerde klacht met bewijsstukken in bij een door ICANN erkende geschillenbeslechtingsdienst. Deze laatste vraagt de registrar vervolgens om de registratiegegevens te bevestigen en de domeinnaam te blokkeren, zodat hij tijdens de procedure niet aan een andere houder kan worden overgedragen.
De concrete procedure verschilt van provider tot provider, maar de domeinnaamhouder krijgt in beginsel twintig dagen om een verweerschrift in te dienen. Daarna wordt een panel van één of drie onafhankelijke geschillenbeslechters benoemd. Het panel neemt zijn beslissing in principe binnen veertien dagen na zijn benoeming. Een gewone UDRP-procedure duurt daardoor meestal ongeveer twee maanden, en leidt dus tot een snelle uitspraak.
Annulering of overdracht van de domeinnaam
De beschikbare remedies voor een klager zijn de annulering van de domeinnaamregistratie of de overdracht van de domeinnaam aan de klager. In de meeste gevallen vraagt een merkhouder om overdracht en niet om annulering. Na annulering komt de domeinnaam immers opnieuw beschikbaar voor registratie en kan een derde hem opnieuw registreren. Bij overdracht verkrijgt de klager zelf de controle over de domeinnaam (maar dan moet hij die nadien ook zelf hernieuwen, met betaling van de bijhorende kosten…).
Vergoeding voor schade of kosten (zoals advocatenkosten) maken geen deel uit van de UDRP-policy. U moet een juridische procedure starten voor een gewone rechtbank als u een schadevergoeding of vergoeding van kosten wilt verkrijgen.
Welke bewijsstukken zijn nuttig voor een UDRP-procedure?
Een succesvolle UDRP-procedure rond domeinnamen staat of valt met een goede voorbereiding en bewijsvoering. Volgende elementen zijn in ieder geval nuttig in de bewijsvoering:
- merkregistraties en bewijs van gebruik;
- datum van registratie of verwerving van de domeinnaam;
- screenshots van de website gelinkt aan de domeinnaam, mét vermelding van de datum;
- e-mails of verkoopvoorstellen;
- historische versies van de website;
- registratiegegevens en informatie over de registrar;
- bewijs van phishing, verwarring of misleiding;
- eerdere domeinnaamregistraties of UDRP-zaken van de domeinnaamhouder;
- Enz.
Reverse Domain Name Hijacking: misbruik van de UDRP
Een UDRP-klacht mag niet worden gebruikt om druk uit te oefenen op de rechtmatige houder van een domeinnaam. Wanneer een klager wist of had moeten weten dat niet aan de UDRP-voorwaarden was voldaan, kan het panel vaststellen dat sprake is van Reverse Domain Name Hijacking: misbruik van de UDRP om een domeinnaam te verkrijgen. De UDRP verbindt hieraan geen schadevergoeding of andere financiële sanctie, maar de vaststelling wordt wel opgenomen in de openbare beslissing en kan reputatieschade veroorzaken.
Arbitragediensten voor domeinnaam geschillen
UDRP-geschillen voor gTLD-domeinnamen (zoals .com-domeinnamen) zijn niet gebaseerd op locatie van de partijen. Dit betekent dat u uw klacht bij verschillende ‘geschillenbeslechtingsdiensten’ (hierna gemakshalve ‘arbitragediensten’ genoemd) over heel de wereld kan indienen. De volgende arbitragediensten zijn goedgekeurd door ICANN. Als u een klacht heeft over een inbreukmakende registratie van een domeinnaam, kan u uw klacht indienen bij een van de volgende organisaties:
WIPO Arbitration and Mediation Center
WIPO (WIPO Arbitration and Mediation Center): Dit is het arbitrage- en bemiddelingscentrum van de “World Intellectual Property Organisation” (Wereldorganisatie voor Intellectuele Eigendom).
Czech Arbitration Court
Czech Arbitration Court (“CAC) (Tsjechisch Arbitragecentrum voor Internetgeschillen). Het Czech Arbitration Court biedt ook arbitrage aan voor geschillen rond .eu domeinnamen. Deze geschillen worden beslist op basis van ADR-regels, niet UDRP-regels (ADR-regels zijn een andere set van regels voor alternatieve geschillenbeslechting).
National Arbitration Forum
National Arbitration Forum: Ook het in de VS gevestigde National Arbitration Forum behandelt geschillen die voortvloeien uit de registratie van gTLD’s en enkele andere domeinnamen.
Asian Domain Name Dispute Resolution Centre
Asian Domain Name Dispute Resolution Centre (ADNDRC): Het ADNDRC is opgericht door de China International Economic and Trade Arbitration Commission (CIETAC) en het Hong Kong International Arbitration Centre (HKIAC). CIETAC behandelt ook .cn (China) domeinnaamgeschillen. HKIAC behandelt ook .cn (China) domeinnaamgeschillen, evenals geschillen rond .hk (Hongkong) en .ph (Filipijnen) domeinnamen. Later traden het Korean Internet Address Dispute Resolution Committee (KIDRC) en het Kuala Lumpur Regional Centre for Arbitration (KLRCA) ook toe tot ADNDRC. KIDRC behandelt ook geschillen rond .kr (Zuid-Korea) domeinnamen. KLRCA beheert ook .my (Maleisië) domeinnaamgeschillen.
Canadian International Internet Dispute Resolution Centre
In 2023 keurde ICANN het Canadian International Internet Dispute Resolution Centre (CIIDRC) goed als een nieuwe UDRP-geschillenbeslechtingsdienst. Naast klachten met betrekking tot gTLD’s behandelt CIIDRC ook geschillen rond Canadese .ca domeinnamen.
Voor meer informatie over .eu domeinnaamgeschillen, zie mijn blogpost over “Hoe een .eu-domeinnaam claimen?“.
Voor meer informatie over .be domeinnaamgeschillen (d.w.z. Belgische domeinnamen behandeld door Cepani op basis van ADR-regels), zie mijn blogpost over “Domeinnaamgeschillen in België: hoe een ‘.be’-domeinnaam terugvorderen?”.
Ik ben persoonlijk een arbiter voor domeinnaamgeschillen bij verschillende van deze centra, waaronder National Arbitration Forum (Forum), Czech Arbitration Court (CAC), Asian Domain Name Dispute Resolution Centre (ADNDRC) en Canadian International Internet Dispute Resolution Centre (CIIDRC).
Wat kost een UDRP-procedure?
De kosten van een UDRP-domeinnaamprocedure hangen af van de gekozen provider, het aantal domeinnamen en de keuze voor één of drie panelleden. Bij een klacht over één domeinnaam met één panelist beginnen de administratieve kosten – te betalen aan de provider – doorgaans rond USD 1.300 tot USD 1.500, exclusief advocatenkosten. Controleer altijd de actuele tarieventabel van de gekozen provider.
Auteur: Bart Van Besien
Advocaat domeinnamen, auteursrecht, merkenrecht
Update artikel: 1 september 2026